De Australian Cattle dog.
Het onverwoestbare hart van de Australische outback.
Blauw of rood. Slim, stoer en trouw. De Australian Cattle Dog (ACD) is een ras dat geboren werd uit noodzaak: een hond die het ruige Australische klimaat aankon, stil werkte op vee en onvermoeibaar ras. Vandaag is de ACD een icoon - een werkhond met karakter, intelligentie en een enorme Loyaliteit.
Bij Maliki Ranch delen we niet alleen onze passie voor dit ras, maar ook onze kennis.
Hieronder vind je een diepgaande, heldere en vriendelijke gids over de oorsprong, ontwikkeling en kenmerken van de Australian Cattle Dog.
De oorsprong:
De Australian Cattle Dog is een relatief jong ras, ontstaan in de 19e eeuw in Australië.
Veehouders hadden honden nodig die:
○ Stil en efficiênt werkten.
○ Bestand waren tegen extreme hitte.
○ Moedig genoeg waren om grote runderen te sturen.
○ Intelligent genoeg waren om zelfstandig beslissingen te nemen.
Het antwoord op die behoefte werd een unieke combinatie van werkhond en de inheemse dingo.
Timmins en de eerste dingo-kruising.
Rond 1830 experimenteerde rancher Timmins met het kruisen van de Smithfield Sheepdog met de dingo. Zijn doel: een stille, efficiënte veedrijver.
De honden die ontstonden, de "Timmins Biter" ware wel stil maar:
○ Onbetrouwbaar rond vee.
○ Te hard bijtend.
○ Soms zelfs fataal voor Kalveren.
Hoewel deze lijn geen succes werd, vormde ze wel de eerste stap richting het ras dat we vandaag kennen.
Thomas Hall
Thomas Hall en de geboorte van de Hall's Heelers.
De echte basis van de ACD werd gelegd door Thomas Hall, een invloedrijke veehouder. Hij importeerde in 1840 kortharige herdershonden, de Drovers Dogs en kruiste deze met de dingo.
Waarom opnieuw de dingo?
• Beter aangepast aan het Australische klimaat.
• Stille, sluipende manier van werken.
• Enorme uithoudingsvermogen.
De honden die hieruit ontstonden werden bekend als:
• Hall's Heelers.
• Merlins.
• Blue Heelers.
Na Hall's overlijden in 1870 verspeiden de honden zich door heel Australië. Slager Fred Davis gebruikte ze rond 1870 om vee naar het slachthuis te drijven en hun reputatie als betrouwbaar, moedige werkhonden werd snel gevestigd.
Feiten en fictie?
Feiten, vermoedens en mythes over de kruisingen.
Rassen die zeker zijn ingekruist:
○ Dingo.
○ Dalmatiër.
○ Kelpie.
De Dalmatiër zou onder meer hebben bijgedragen aan het uithoudingsvermogen en sterke band met de eigenaar. De Kelpie bracht extra werkdrift en intelligentie.
Rassen waarvan de kruising wordt vermoed.
○ Bull Terriër: sommige ACD's hebben nog steeds een bredere schedel die aan het ras doet denken. Bronnen spreken elkaar tegen.
○ Kortharige Collies: hoewel vaak genoemd, is dit onwaarschijnlijk. Collies waren duur om te importeren en genetisch onderzoek toont aan dat de meeste ACD's geen merle-gen dragen, iets dat je bij Collies juist wel verwacht.
MDR1 en merle:
Een MDR1 test kan uitsluitsel geven over het gendefect, maar bij ACD's is het merl gen uitzonderlijk zeldzaam. Toch blijft niks volledig uit te sluiten, omdat niet alle fokgeschiedenis zorgvuldig werd Gedocumenteerd.
De officiële rasstandaard:
• Hoofd: brede schedel duidelijke stop, sterke onderkaak.
• Oren: klein tot middelgroot, puntig, alert, wijd geplaatst.
• Borst: diep, gespierd, matig breed.
• Kleuren: blauw of rood, met of zonder aftekeningen.
Maten en gewichten:
• Reuen: 46 - 51 cm
• Teven: 43 - 48 cm
• Gewicht: 16 - 21 kg
Levensverwachting:
De ACD is een robuust ras en wordt gemiddeld 12 tot 18 jaar oud.
Gezondheid & Gedrag:
De Australian Cattle dog (ACD) staat bekend als een sterk en robuust ras, maar zoals elke hond heeft ook de ACD aandachtspunten op gebied van gezondheid en gedrag.
Hoewel de ACD in vergelijking met veel andere rassen relatief gezond is, komen er enkele erfelijke aandoeningen voor. Verantwoord fokken en goede voorlichting zijn essentieel om het ras gezond te houden, iets waar we bij Maliki Ranch elke dag aan werken.
Het piebald-gen en doofheid:
De ACD heeft via één van zijn voorouders (waarschijnlijk de Dalmatiër), het piebald-gen meegekregen. Dit gen zorgt voor witte vachtzones doordat pigmentcellen worden onderdrukt. Helaas kan ditzelfde gen ook leiden tot:
○ Cochleaire doofheid (aangeboren doofheid).
BEAR-test:
Doofheid wordt vastgesteld via de BEAR-test (Brainstem Auditory Evoked Response).
Bij pups van 6 weken worden deze test uitgevoerd:
○ de pup krijgt een licht roesje
○ de hersenactiviteit wordt gemeten terwijl geluiden worden aangeboden
○ zo wordt vastgesteld of de pup één- of tweezijdig doof is.
Bij Maliki Ranch is BEAR-testen vanzelfsprekend onderdeel van verantwoord fokken.
Cerebellar Abiotrophy (CA):
Cerebellar Abiotrophy is een zeldzame, maar ernstige neurologische aandoening. Honden met CA worden niet ingezet voor de fok, waardoor de aandoening gelukkig weinig voorkomt.
Sumptomen:
• slechte coördinatie
• wijdbeense stand
• balansproblemen
• moeite met bewegingen inschatten
De hond blijft mentaal vaak helder, maar in sommige gevallen kunnen ook andere hersengebieden aangetast zijn, wat kan leiden tot:
• gedragsveranderingen
• blindheid
• verwardheid
CA is niet te behandelen. in ernstige gevallen is euthanasie de meeste humane keuze.
PRA, Progressiev Retina Atrofie:
PRA is een erfelijke oogziekte waarbij het netvlies langzaam afsterft. Meestal wordt het zichtbaar vanaf het vierde levensjaar.
Belangrijk om te weten:
○ beide ouders kunnen drager zijn zonder symptomen
○ via DNA onderzoek kan worden vastgesteld of een hond vrij, drager of lijder is
○ er bestaat geen behandeling
Heupdysplasie (HD) en andere orthopedische aandoeningen:
Net als veel andere rassen kan een ACD last krijgen van Heupdysplasie (HD). Dit is een afwijking aan het heupgewricht die kan leiden tot artrose en pijn.
Oorzaken:
○ deels erfelijk
○ verkeerde voeding
○ te veel of te zwaar bewegen op jonge leeftijd
Andere aandoeningen die sporadisch voorkomen:
• von Willebrands Disease (erfelijke bloedstollingsstoornis)
• ED (elleboogdysplasie)
• OCD ( groeistoornis in botten/ kraakbeen
• Lens Luxation (loslaten van de ooglens ---- blindheid)
• PPM (restweefsel in het oog dat niet verdwijnt na de geboorte)
Gedrag & Agressie bij de Australian Cattle Dog:
De ACD is een zelfverzekerde, intelligente en werkgerichte hond. Dat maakt hem fantastisch, maar ook uitdagend.
Een verveelde ACD kan probleemgedrag ontwikkelen, waaronder:
• overmatige waaksheid
• confrontatie met andere honden
• territoriaal gedrag
• prikkelgevoeligheid
Hoewel de ACD zelden zelf een gevecht start, gaat hij een confrontatie niet uit de weg. Reuen kunnen macho gedrag vetronen, maar teven zijn zeker geen doetjes.
Veelvoorkomende gedragsproblemen:
Veel probleemgedrag is een uitvergrote versie van normale raseigenschappen.
Voorbeelden:
• te veel zelfvertrouwen: dominantie, uitdagen
• te veel waaksheid: blaffen aan het raam, bezoek weigeren
• te veel alertheid: overreacties op geluiden of beweging
• te veel zelfstandigheid: slecht luisteren, eigen beslissingen nemen
Dit zij n geen "foute" eigenschappen, het zijn raseigen kenmerken die richting nodig hebben.
Wat jij als eigenaar kunt doen:
Een stabiele ACD ontstaat door:
1 Intensieve socialisatie: vanaf jonge leef tijd kennis maken met:
○ stabiele honden
○ verschillende mensen
○ nieuwe situaties
2 Duidelijke grenzen: de ACD heeft een eigenaar nodig die:
○ consequent is
○ eerlijk is
○ duidelijk leiding geeft
○ gewenst gedrag beloont
3 Tijdig ingrijpen: zie je beginnend probleemgedrag?
○ wacht niet
○ schakel een goede hondenschool of gedragstherapeut in
○ voorkom dat gedrag zich vastzet
Bij Maliki Ranch geloven we dat goede begeleiding het verschil maakt tussen een lastige hond en een fantstische levenspartner.