De Australian Cattle dog.
De Australian Cattle dog ofwel Australische veedrijver hond ACD, bestaat in de kleuren rood en blauw. De geschiedenis van dit hondenras is relatief jong en heeft de oorsprong in Australië.
Timmens en de dingos
In 1830 besloot een rancher met de naam Timmens dan ook om de Smithfield Sheepdog te kruisen met de Dingo, een inheemse wilde hond. Zijn doel was om een hond te fokken die stil werkte op het vee en de dingo had als eigenschap een stille werker te zijn. De roodharige honden met een korte staart, die uit deze kruising voortkwamen werden “Timmins Biters” genoemd. Het waren inderdaad de stille werkers waar hij op gehoopt had, maar toch voldeden de honden niet. Ze bleken onbetrouwbaar te zijn rondom het vee en beten vele kalveren dood. Daarbij beten ze het vee tijdens hun werkzaamheden ook nog eens veel te hard, waardoor ze uiteindelijk van het werktoneel verdwenen.
Thomas Hall
Thomas Hall, een grootgrondbezitter en veehouder, importeerde in 1840 enkele kortharige herdershonden en leek zo met een oplossing voor het probleem te komen. Deze honden werden Drovers Dogs genoemd. De Drovers Dog was groter dan de gemiddelde herdershond en had een korte vacht met korte staart. De honden waren geliefde veedrijvers en waren in staat om op de meest forse en grote stieren te werken. Ze waren snel en kordaat in hun handelen, moedig en intelligent. Thomas Hall besloot, net als Timmens, om zijn herdershonden met de dingo te kruisen. Zijn reden om de Drovers Dog met de Dingo te kruisen kwam voort uit het feit dat de Dingo beter in staat was in het hete Australische klimaat te functioneren. Daarbij had de Dingo, zoals al eerder vermeld, de reputatie dat hij zijn prooi ( het vee) stil naderde. De honden werden Hall’s heelers, Merlins of Blue Heelers genoemd. In de daarop volgende jaren, tot aan zijn dood in 1870, fokte Thomas Hall honden om zijn eigen bedrijf te voorzien. Na de dood van Thomas Hall werden zijn bedrijf en honden verkocht waarna ze zich door Australië verspreiden. In het begin van 1870 kwam ook een slager, genaamd Fred Davis ,op deze manier in het bezit van 2 van Halls honden en ze werden ingezet om te werken rondom het slachthuis. De honden moesten het vee naar het abattoir drijven en hun handlers waren verrukt van het ras en zijn
Feiten en fictie?
Hoewel in die jaren niet echt werd bijgehouden welke honden werden gebruikt bij de tot stand koming van de ACD, staat wel van de Dalmatiër, Dingo en Kelpie vast dat ze zijn gebruikt om in te kruisen.
Er zijn ook vermoedens dat de Bull Terriër is ingekruist en sommige hedendaagse Cattles hebben nog steeds een wat stompe en breedkakige kop zoals Bull Terriërs dat kunnen hebben, maar zeker weten doet men dat niet. Verschillende bronnen maken melding van inkruising van de Bull Terriër en verschillende bronnen ontkrachten dat verhaal weer.
Er wordt beweerd dat kortharige collies hebben bijgedragen aan de totstandkoming van het ras, maar ook dit wordt ook weer door andere bronnen tegengesproken. Uit onderzoek is gebleken dat het overgrote deel van de ACD’s geen merle-genen bij zich draagt, wat bij de bleu merle collie wel het geval is. Daarbij zou het te duur zijn geweest om collies te importeren vanuit Engeland en Schotland, waardoor het niet erg logisch zou zijn dat deze zijn ingekruist.
Het is mogelijk om een MDR1test te laten afnemen om zo defintief uit te sluiten of je ACD het MDR1 gendefect heeft, maar zoals eerder gesteld is het eerder uitzondering dan regel dat ACD’s het merle gen dragen.
Toch valt het nooit volledig uit te sluiten, want niet alle inkruisingen zijn zorgvuldig genoteerd en in later jaren waren er wel veel collie-achtigen in Australië te vinden.